Het bouwen van boulders en routes voor wedstrijden is een kunst op zich. Het nivo moet kloppen. De stijl van de routes en boulders moet gevarieerd zijn, zodat niet één bepaald “soort” klimmer voortgetrokken wordt. Tot slot moet het voor het publiek spectaculair zijn om te zien. Udo Neumann, bij veel wedstrijden aanwezig met z’n camera, heeft onderstaand filmpje gemaakt. Hij vraagt aan de verschillende klimmers wat ze in het afgelopen World Cup seizoen van de wedstrijden en de boulders vonden.
In dit verband is onderstaand interview misschien ook wel interessant. Jamie Emerson vroeg Chris Danielson, de hoofd routebouwer voor de World Cup in Vail, om een insiders’ visie op hoe het is om bij een World Cup te bouwen voor de beste klimmers ter wereld. Lees het interview.
Een interessante vraag die Udo aan het eind van het filmpje stelt is of het idee van een vast IFSC bouw team voor alle wedstrijden een goed idee is. Het voordeel zou zijn dat de bouwers de klimmers beter kennen en daarmee het benodigde niveau van de boulders beter kunnen inschatten. Udo merkt terecht op dat het grote nadeel van zo’n systeem is dat dat waarschijnlijk ten koste gaat van de variatie gedurende het seizoen. De charme van het huidige systeem, waarbij iedere wedstrijd zijn eigen bouwteam heeft, is juist de grote verscheidenheid in manier van bouwen. Bij de ene wedstrijd zijn de boulders wat fysieker, bij de andere wat technischer, etcetera. Uiteindelijk komen daarmee verschillende klimmers, met verschillende voorkeuren en sterke en zwakke kanten, allemaal tot hun recht. En wint degene die overall het beste is.
Complimentje voor het bouwteam in Eindhoven is dat de World Cup daar door een groot deel van de klimmers als (één van de) beste genoemd wordt.
Via Joost.